Bibliotheek,  Dieren,  Dossier halal slachten,  Landbouw,  Nieuws,  Persberichten

Persbericht halal slachten

Printversie: Persbericht inzake halal slachten

In de naam van God, de Genadige, de Troostende

Stichting Groene Moslims stelt zich op het standpunt dat het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren het belang van slachtvee schaadt en wantoestanden in de bio-industrie versterkt.

Het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren wil de bescherming van joden en moslims voor het “onverdoofd” slachten opheffen. Wat rest is met name de slachtpraktijk aangeduid met Captive Pistol Stunning (CPS). Hierbij wordt onverdoofd een pin in het hoofd van het dier geschoten waarna het verlamde beest in stukken wordt gezaagd. Wetenschappelijk is de vraag of het beest na het kopschot nog leeft onbeantwoord gebleven. In tegenstelling tot wat het publiek verstaat onder verdoven wordt het beest niet verdoofd met het zinnebeeldige verdovingsprikje, maar feitelijk neergeschoten.

De traditionele slachtmethode zoals die door joden en moslims wordt voorgestaan voorziet in een halssnede, waarna het beest doodbloedt. De voordelen van deze slachtmethode zijn samengevat: Het bloed wordt gescheiden van het vlees waardoor de hygiëne van het vlees beter is. Mits aan de religieuze voorwaarden van vakmanschap van de slachter en van stressarme omstandigheden van de slacht is voldaan gaat dit gepaard met beperkt dierenleed. Last but not least dwingen deze voorwaarden de producent tot zorg en tot het laten prevaleren van dierenwelzijn boven economisch gewin. De stichting staat een meer bezielde economie voor.

Hieronder volgt een verdere uitwerking van het standpunt en de visie  van de stichting.

Waarom is dit wetsvoorstel geen manier om dierenbelangen te verdedigen?

De term verdoving verbonden aan het kopschot(, de elektrocutie of vergassing) is een zeer cynisch eufemisme dat vanuit de bio-industrie de wetgeving is binnengedrongen. Het bezigen van deze term in deze context is ronduit misleidend voor het electoraat.

Er is geen eensluidend wetenschappelijk bewijs dat onverdoofd slachten met de halssnede meer dierenleed met zich meebrengt dan onverdoofd slachten door middel van een kopschot, elektrocutie  of vergassing. Deze laatste drie  methoden zijn in dit opzicht dus niet superieur aan de eerste, wel in het opzicht van economische efficiëntie.

Met dit gebrek aan bewijs mag een gebruik dat, met de introductie van industriële methoden wettelijk is beschermd, door joodse Nederlanders al 400 jaar en door islamitische Nederlanders al 60 jaar wordt gebezigd, niet verboden worden.

De halssnede-methode zonder kopschot is een onderdeel van de spijswetten en de cultureel-religieuze vieringen van bijna één miljoen Nederlandse burgers. Een verbod zonder meer zou een verstrekkende inperking van de (godsdienst)vrijheid van deze mensen betekenen.

Een verbod van de halssnede-methode zonder kopschot met als argument dat het onverdoofd plaatsvindt is discriminerend ten opzichte van de genoemde meer gangbare slachtmethoden die feitelijk ook onverdoofd zijn.

Een verbod zal het gevoel van onbehagen onder alle minderheidsgroepen in Nederland verder vergroten.

Een verbod van de halssnede-methode zonder kopschot in Europese landen zal tot nog meer transport van dieren leiden.

De halssnede-methode zonder kopschot is een relatief marginaal fenomeen en zal dat gezien de economische inefficiëntie naar verwachting blijven.

Met het afdwingen van de bijzonder efficiënte slachtmethoden uit de bio-industrie wordt de tijd verminderd die het slachtvee individueel krijgt voordat het verder wordt verwerkt. Dit bevordert de massaliteit van de slacht, vergroot de onrust in de slachthuizen en draagt direct bij tot meer stress, pijn en angst. Met andere woorden de methoden vergroten het dierenleed.

Ten slotte leidt de nadruk op het slachten af van de legio misstanden in de bio-industrie die wat betreft dierenleed (uitgedrukt in duur van pijn en verdriet) veel ernstiger zijn dan die van de slacht. Over de onwenselijkheid daarvan bestaat een grote en tevens gefundeerde consensus in de Nederlandse samenleving.

Wat is de opbouwende visie van de stichting op de vleessector in Nederland?

Laat voorop staan dat de stichting de doelstelling van de Partij voor de Dieren onderschrijft met beroep op de islamitische bronnen die de moslim oproepen een verantwoord rentmeester van de schepping te zijn. Daarbij stelt zij zich niet conservatief op ten aanzien van gebruiken van moslims, maar huldigt  zij de opvatting dat authentieke islamitische voorschriften voor de goede verstaander altijd een diepe wijsheid vertegenwoordigen. De volgende ideeën moeten bijdragen aan het verbeteren van de vleessector voor de (moslim)consument.

De islamitische bronnen stellen dat consumptie van vlees voor de moslim enkel onder strikte voorwaarden is toegestaan. Hieruit mag opgemaakt worden dat vleesconsumptie de uitzondering is en niet de norm.

Zaken van geboorte en sterven zijn bij uitstek sacrale momenten. Deze momenten vragen om veel zorg en aandacht, ook wanneer het dieren betreft. Tot zover de basisideeën.

De stichting pleit voor meer toegepast wetenschappelijk onderzoek om dierenleed te beperken. Daarbij mag de halssnede zonder kopschot niet ontbreken. Reversibele verdoving zoals dat ook bij mensen en gezelschapsdieren wordt toegepast – (plaatselijke) anesthesie – is een mogelijkheid die onderzocht moet worden. De gevolgen voor de consumptiekwaliteit van het vlees vormt daarbij een punt dat zeker aandacht moet hebben.

De stichting pleit voor een volledig dekkende professionele controle van de slacht door:  permanente cameraopnamen en de aanwezigheid van een dierenarts, een ambtenaar van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) en een islamvertegenwoordiger.

De stichting pleit voor gekwalificeerde slachters. Hiervoor moet een examen door een erkend (opleidings)instituut worden afgenomen. Het examen toetst naast (islam- en praktijk)kennis vooral de getoonde vaardigheden. Dit examen moet herhaald worden met een bepaalde frequentie. Bij de beoordeling kunnen cameraopnamen van de alledaagse praktijk van de slachter worden meegenomen.

De stichting pleit voor een kleinere afstand tussen slachtvee en de consument. Slachten geschiedt bij voorkeur op naam van een particulier: een slager of een consument.

De stichting pleit voor kleinschalige slachthuizen die uitsluitend zijn bestemd voor de islamitische slacht.

De stichting pleit voor stressarme omstandigheden van de slacht. Bijvoorbeeld door middel van voorzieningen die grazen en kuddegedrag in en rond het slachthuis mogelijk maken.

De stichting pleit voor kleine afstanden van boerderij tot slachthuis. De mogelijkheid van herintroductie van weideslacht moet onderzocht worden.

De stichting pleit voor islamitische voedsel- en vleesstandaarden die door (vertegenwoordigers van) de moslimconsument worden vastgesteld. De (religieuze) consument en niet de industrie moet hierbij leidend zijn. Transparantie voor de consument is de sleutel. Etikettering en labeling (denk aan verwijzingen naar informatie op het internet) moet de geïnteresseerde consument inzicht geven in de hele voedselketen. De producent is hiervoor verantwoordelijk en hierop af te rekenen.

De stichting pleit voor het combineren of integreren van standaarden uit de biologische landbouw met de islamitische standaarden.

De stichting pleit voor een exportverbod van vleesproducten uit Nederland onder het label halal (islamitisch toegestaan) als blijkt dat niet aan de bovengenoemde islamitische standaarden wordt voldaan.

De stichting zet zich actief in voor het hervormen van de Nederlandse vlees-  en halal-sector. Zij neemt daarbij de moslimconsument als uitgangspunt en als primaire doelgroep. Ten aanzien van vleesconsumptie is de stichting van mening dat de vleesconsumptie van de moslimconsument drastisch omlaag moet. Dit op grond van ethisch-religieuze argumenten en gezondheidsargumenten. Naast de stijging van de prijs voor vlees als gevolg van een gesaneerde sector vormen vooral onderwijs en voorlichting de sleutel tot succes.

De stichting nodigt politiek, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven uit om deze zaak te behartigen, de sector te laten excelleren en zo interests and ideals te verenigen.