Bibliotheek,  Dossier halal slachten,  Nieuws

Reactie moslimorganisaties op Memorie van Antwoord Marianne Thieme

Naar aanleiding van de Memorie van Antwoord van de Partij voor de Dieren aan de Eerste Kamer (25 november 2011)  hebben de moslimorganisaties nog de volgende reactie aan de Eerste Kamer gestuurd. Het plenaire debat is voorzien voor 13 oktober.

De Memorie van Antwoord van mevrouw Thieme geeft de moslimorganisaties die eerder een Position Paper aan uw Kamer hebben aangeboden [1], aanleiding tot de volgende aanvullende opmerkingen.

De algehele indruk is dat mevrouw Thieme de feiten naar haar hand zet en niet bereid is tot het sluiten van compromissen.

Overleg
Mevrouw Thieme wekt op p. 2 van de Memorie van Antwoord de indruk dat zij reeds lange tijd intensief overleg voert met joodse en islamitische vertegenwoordigers. Dat is niet het geval. Het overleg waarnaar zij verwijst, betrof overleg met het Ministerie van LNV, de VWA en de Dierenbescherming, wat echter tot teleurstelling van de moslimpartijen zeer moeizaam verliep en niet tot resultaten heeft geleid (zie hiervoor p. 17 en 18 Position Paper). De Partij voor de Dieren was hier niet bij betrokken.

De uitnodiging van de Partij voor de Dieren aan de Stichting HVV en het NIK om bij de hoorzitting van 17 november 2010 aanwezig te zijn, was het eerste en tevens het laatste contact tussen de PvdD en religieuze vertegenwoordigers. Voor die bijeenkomst zijn geen andere religieuze organisaties, wetenschappers of autoriteiten dan Stichting HVV en NIK uitgenodigd, zoals mevrouw Thieme probeert te suggereren met de zinsnede “… heeft voor deze hoorzitting … vertegenwoordigers van religieuze organisaties … uitgenodigd” (laatste alinea p. 2 MvA). Mevrouw Thieme noemt wijselijk geen namen van de uitgenodigde partijen.

Het rondetafelgesprek van 16 juni 2011 was niet door de PvdD geïnitieerd en had alleen een cosmetische waarde, aangezien de meeste politieke partijen hun standpunt al hadden bepaald.

Pijn
Op pagina 3 schrijft zij dat “uit wetenschappelijk onderzoek [blijkt] dat onverdoofd ritueel slachten … extra dierenwelzijnsproblemen veroorzaakt zoals stress, pijn en leed voorafgaand en gedurende de slacht”. Prof. Bernards schrijft in Trouw (30 juni 2011) dat van stress vooral vóór het toedienen van de halssnede sprake is en dat daaraan d.m.v. o.a. betere fixatietechnieken in hoge mate tegemoet kan worden gekomen. Ook Grandin is die mening toegedaan.

In bijna alle beschikbare onderzoeken wordt gesproken van mogelijke pijn. Pijn bij de rituele slacht is hiermee niet wetenschappelijk vastgesteld. Pijn kun je niet meten, we weten het niet, het is een aanname. Bernards en Zimmermann wijzen hier ook op. Leed is een subjectief begrip. Er is dan ook onvoldoende grond om van wetenschappelijke consensus te spreken (p. 5 MvA). Dat een en ander niet met peer reviewed onderzoek is weerlegd, geeft aanleiding dergelijk onderzoek af te wachten alvorens onomkeerbare beslissingen worden genomen.

Dierenwelzijn
De betrokken islamitische en joodse organisaties erkennen wel degelijk de door Thieme gesignaleerde welzijnsproblematiek (p. 2-3 MvA) en hebben herhaaldelijk de bereidheid uitgesproken binnen het kader van de onverdoofde slacht naar verbetering te streven. Het joodse slachthuis is daarmee al ver gevorderd en voor de islamitische slachthuizen zijn diverse verbetertrajecten in ontwikkeling.

Appels en peren
Mevrouw Thieme benadrukt in haar antwoord dat de perfect uitgevoerde reguliere slachtpraktijk met de perfect uitgevoerde onbedwelmde rituele slachtpraktijk moet worden vergeleken (p. 6 MvA). Dan verbaast het dat mevrouw Thieme toch de nadruk op extremen legt: “tot wel twee minuten bewustzijn na de halssnede” en “lijden dat tot vier minuten kan duren” (p. 7 MvA). Uit de studie van Kijlstra en Lambooij blijkt dat bij een perfect uitgevoerde onverdoofde slacht, schapen binnen 10 seconden en runderen binnen 20 seconden het bewustzijn verliezen (p. 21-22).

Even verderop (p. 7 MvA) noemt Thieme wél dat “De halssnede … tot wel vijf keer toe opnieuw [moet] worden aangebracht”, maar verzuimt zij te vermelden dat het penschot soms tot wel zesmaal moet worden herhaald, terwijl het rund gedurende die tijd hevige pijn lijdt. In beide gevallen betreft het echter uitzonderingen.

Onderdeel van het voorgestelde convenant zou overigens kunnen zijn dat bij meer dan een bepaald aantal seconden geconstateerde bewustzijn na de halssnede alsnog verdoofd wordt.

Godsdienstvrijheid
Het enkele feit dat er binnen de joodse en islamitische gemeenschappen verschillend wordt gedacht over de aanvaardbaarheid van (reversibele) bedwelming, kan geen reden zijn om te stellen “dat het verbod … niet ertoe leidt dat het belijden van de godsdienst … onmogelijk wordt gemaakt” (p. 13 MvA).

Een verbod beperkt de godsdienstvrijheid van die gelovigen die ervan overtuigd zijn dat onverdoofd slachten een religieus vereiste is. Dat geldt zowel voor de (orthodoxe) joden die zich laten vertegenwoordigen door de Joodse Gemeente Amsterdam en het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap als voor de overgrote meerderheid van moslims in Nederland, ongeacht het gegeven dat er certificeerders zijn die post-cut stunning en soms ook pre-cut stunning toestaan. Moslims in Nederland gaan ervan uit dat vlees dat zij bij de islamitische slager kopen van onverdoofd geslachte dieren afkomstig is. Tegen de verkoop van vlees van verdoofd geslachte dieren door Albert Heijn (p. 13 MvA) is destijds breed geprotesteerd [2]. Vooral op islamitische internetfora als Maroc.nl en Ontdekislam.nl werd geschokt gereageerd.

Amendement
Wat het aangenomen amendement betreft, benadrukt de initiatiefneemster dat het voorziet in een ontheffingsmogelijkheid, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de wensen van de religieuze gemeenschappen, die onbedwelmd willen slachten (p. 16-17 MvA). In het kader van de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets stelt de initiatiefneemster dat “de godsdienstvrijheid voldoende wordt gerespecteerd” nu het “ontwerp nog is ‘aangevuld’ met een ontheffingsmogelijkheid” (p. 16). Dit argument haalt zij echter zelf onderuit, door te erkennen dat de verkrijging van een ontheffing voor de onbedwelmde slacht niet realistisch is – althans niet naar de huidige stand van de wetenschap. De initiatiefneemster concludeert hieruit dat er “voldoende grond [bestaat] om … het verbod van onbedwelmd slachten onvoorwaardelijk in werking te doen treden” (p. 24 MvA). Onze stelling dat het aanhangige wetsvoorstel de facto een absoluut verbod op (onbedwelmd) ritueel slachten inhoudt, zien wij bevestigd in deze bewering van mevrouw Thieme. Hieruit volgt dat het wetsvoorstel neerkomt op een ongeclausuleerd verbod op het (onbedwelmd) ritueel slachten, hetgeen een disproportionele beperking van de godsdienstvrijheid is. [3]

1 Zie voor de Position Paper: http://www.cmoweb.nl/UserFilesUpload/org_190/positionpaper.pdf
2 http://www.elsevier.nl/web/1098781/Nieuws/Nederland/Moslims-Halal-vlees-Albert-Heijn-is-niet-halal.htm
3 Zie ook het Advies van de Raad van State, Kammerstukken II 2010/2011, 31 571, Nr. 12, p. 4.